Wanneer een werknemer tijdens het werk ten val komt, rijst vaak de vraag wie daarvoor aansprakelijk is. In deze zaak oordeelt het gerechtshof dat de werkgever dat is. Onduidelijkheid over de exacte toedracht van de val komt voor risico van de werkgever.
De zaak draait om een uitzendkracht die werkt in een kas van een tuindersbedrijf. Tijdens een werkdag valt hij en loopt een ernstige elleboogfractuur op, waarvoor hij direct wordt geopereerd.
Ongeval
Volgens de werknemer struikelde hij over een rail die uit de betonvloer in de kas stak. De werkgever betwist dit. Volgens de werkgever was sprake van een gewone misstap of onoplettendheid, mogelijk tijdens de pauze. De kantonrechter volgt aanvankelijk het standpunt van de werkgever en wijst de aansprakelijkheid af. In hoger beroep komt het gerechtshof Den Haag echter tot een ander oordeel.
In de uitoefening van werkzaamheden
Het hof stelt voorop dat het ongeval ‘in de uitoefening van de werkzaamheden’ plaatsvond. Ook een ongeval dat plaatsvindt tijdens een pauze, terwijl de werknemer zich nog in de bedrijfsruimte bevindt, valt hier namelijk onder. Daarmee staat vast dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Het is vervolgens aan de werkgever om te bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan, of dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
Uitstekende rail
Daar slaagt de werkgever niet in. Het hof oordeelt dat de werknemer, met foto’s en consistente getuigenverklaringen, voldoende aannemelijk maakt dat hij struikelde over een uitstekende rail. Dat de exacte plek van het ongeval later niet meer kan worden vastgesteld, komt voor risico van de werkgever. Die heeft immers nagelaten om direct na het ongeval onderzoek te doen, de plek vast te leggen of de situatie te documenteren.
Onvoldoende veiligheidsmaatregelen
Volgens het hof heeft de werkgever met de rail een gevaarzettende situatie laten voortbestaan. Een werkvloer moet vrij zijn van oneffenheden, zeker als rails kunnen afbreken en uitsteken. Algemene instructies zoals ‘goed opletten’ of een telefoonverbod zijn onvoldoende om dit valgevaar te ondervangen. Van de werkgever mag worden verwacht dat hij de vloer regelmatig inspecteert, gevaarlijke situaties markeert en deze zo snel mogelijk herstelt. Door dat niet te doen heeft de werkgever niet voldaan aan zijn zorgplicht. Ook opzet of bewuste roekeloosheid is niet komen vast te staan. Daarom is de werkgever volgens het hof aansprakelijk voor het letsel van de werknemer.