Een man wil de uitvaart van zijn moeder laten verzorgen door een uitvaartonderneming. Als hij de factuur niet betaalt, begint de uitvaartondernemer een procedure. De man beroept zich op zijn ontbindingsrecht.
Omdat de overeenkomst is gesloten op afstand (online) of buiten de verkoopruimte, is een handelaar verplicht bepaalde informatie aan de consument te verstrekken. Zo moet de consument erop worden gewezen dat hij het recht heeft om de overeenkomst binnen veertien dagen te ontbinden. De rechter onderzoekt ambtshalve of een handelaar aan deze informatieverplichting heeft voldaan – de uitvaartondernemer in deze zaak deed dat in ieder geval niet. Daarom matigt de kantonrechter de rekening met 25 procent. Tegen dit vonnis gaat de uitvaartondernemer in hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.
Wet op de lijkbezorging
De uitvaartondernemer vindt dat uitvaartovereenkomsten niet onder het ontbindingsrecht (ook wel: herroepingsrecht) vallen. In de Wet op de lijkbezorging staat dat een uitvaart maximaal zes dagen na het overlijden moet plaatsvinden. In die paar dagen moet alles worden geregeld en dan is er geen plaats voor het ontbindingsrecht. De sanctie – de korting van 25 procent – is dan ook onterecht opgelegd.
Uitzonderingen
In het Burgerlijk Wetboek staat dat een consument een online of een buiten de verkoopruimte gesloten overeenkomst tot het verrichten van diensten zonder opgave van redenen kan ontbinden. Dit moet binnen veertien dagen gebeuren. Daarop bestaan wel uitzonderingen maar in de bepaling in het BW die dat regelt, wordt de uitvaartovereenkomst niet genoemd. Het ontbindingsrecht geldt niet, zo stelt de uitvaartondernemer, als een consument zaken koopt volgens eigen specificaties (zoals gordijnen op maat) of die duidelijk voor een specifiek persoon bestemd zijn. En het ontbindingsrecht geldt ook niet voor overeenkomsten met hotels, voor de verhuur van auto en catering. Het hof onderkent dat elementen hiervan vergelijkbaar zijn met uitvaartovereenkomsten. Maar dit betekent nog niet dat bij een uitvaartovereenkomst het ontbindingsrecht in zijn geheel vervalt.
Instemming
Een andere bepaling uit het BW biedt meer kansen: een consument heeft geen recht van ontbinding bij een overeenkomst tot het verrichten van diensten, als die overeenkomst is nagekomen, waarmee de consument uitdrukkelijk heeft ingestemd én de consument heeft verklaard afstand te doen van zijn recht van ontbinding nadat de overeenkomst is nagekomen.
Ontbinding
In zo’n geval heeft een consument het ontbindingsrecht maar dit vervalt als de overeenkomst volledig is nagekomen tijdens de ontbindingstermijn van veertien dagen. Echter, deze uitvaartondernemer toont niet aan dat de man voorafgaande (uitdrukkelijke) instemming gaf. En deze consument heeft ook niet verklaard dat hij afstand doet van het ontbindingsrecht na de uitvaart. Nu deze verklaring ontbreekt, kan de consument alsnog gebruik maken van zijn ontbindingsrecht. De uitvaartondernemer is haar verplichting om de man te informeren over de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van recht tot ontbinding, niet nagekomen. De kantonrechter had het juist gezien.