Een vrouw van Surinaamse afkomst ontvangt van de minister volgens de letterlijke regels van een besluit geen AOW-compensatie. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat ze volgens de bedoeling van die regels wel een tegemoetkoming moet krijgen.
De tegemoetkoming die de vrouw graag zou willen is gebaseerd op het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst. Dit besluit is bedoeld als een gebaar van erkenning voor ouderen die vóór de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 (toen Suriname nog bij het Koninkrijk hoorde) naar Nederland zijn gekomen. De jaren die zij in Suriname hebben gewoond tellen – tegen de gewekte verwachtingen in – niet mee voor de opbouw van de AOW, waardoor zij structureel een lagere ouderdomsuitkering ontvangen. Het eenmalige bedrag vormt een symbolische tegemoetkoming van de Nederlandse overheid.
Leeftijdsgrens
De regeling stelt duidelijk voorwaarden, waaronder een leeftijdsgrens. Alleen wie bij aankomst in Nederland 18 jaar of ouder was, komt in aanmerking voor de tegemoetkoming. De vrouw in deze zaak was 17 jaar toen zij in Nederland aankwam. Om die reden wijst de overheid haar aanvraag af.
Getrouwd
De vrouw is het hier niet mee eens en stapt naar de rechtbank Rotterdam. Zij voert aan dat zij bij aankomst al getrouwd was en moeder, en dat zij volgens het toenmalige recht als meerderjarig en handelingsbekwaam werd gezien. In haar ogen maakt dat haar situatie wezenlijk anders dan die van andere minderjarigen.
Bedoeling
De rechtbank ziet wel iets in dat argument. De leeftijdsgrens is gekozen om te waarborgen dat alleen mensen die bewust voor Nederland hebben gekozen in aanmerking komen. De gedachte is dat iemand vanaf 18 jaar wettelijk handelingsbekwaam is en zo’n keuze dus zelfstandig kan maken. Maar daarbij is volgens de rechter de groep van mensen die jonger zijn dan 18 jaar, maar door huwelijk volgens de wet in die tijd toch meerderjarig en handelingsbekwaam waren over het hoofd gezien. Voor hen gold dat zij juridisch gezien wél zelfstandig beslissingen konden nemen.
Onevenredig
De rechtbank oordeelt daarom dat het in dit specifieke geval onevenredig is om de leeftijdsvoorwaarde strikt toe te passen, omdat die niet in verhouding staat tot het doel van de regeling. De afwijzing wordt vernietigd en de vrouw krijgt alsnog de eenmalige tegemoetkoming: een bedrag van € 5.000.