Inhoudsopgave

Te lichtvaardig aangevraagd faillissement kan na verzet worden vernietigd

Een faillissementsverzoek moet goed zijn onderbouwd. Als later blijkt dat dit niet zo was, kan de rechter het faillissement vernietigen. Dat gebeurde in deze zaak.

In 2025 wordt een transportondernemer failliet verklaard, op verzoek van het bedrijfstakpensioenfonds waarbij deze ondernemer is aangesloten. Na succesvol verzet wordt het faillissement vernietigd. Een half jaar later verzoekt het pensioenfonds opnieuw het faillissement van deze ondernemer omdat deze over drie maanden geen pensioenpremies heeft afgedragen. Volgens de ondernemer is dat niet zo gek: hij had in die maanden geen personeel in dienst, het pensioenfonds heeft van hem niets te vorderen.

Ten onrechte

De ondernemer probeert het inmiddels uitgesproken faillissement te laten vernietigen door de rechtbank Midden-Nederland, omdat het pensioenfonds dit faillissement ten onrechte heeft uitgelokt. Volgens het pensioenfonds zijn er over en weer facturen gestuurd, verrekend en gecrediteerd maar er blijft een betalingsachterstand van drie maanden. Het faillissement is dus op goede gronden uitgesproken.

Incasso

De curator, die ook curator was in het eerdere faillissement, vindt de vordering van het pensioenfonds op zijn minst onduidelijk. Het pensioenfonds had er – gelet op de ernstige implicaties van een faillissement en de hoge kosten die gemoeid zijn met de vernietiging van een faillissement – ook voor kunnen kiezen de incasso van haar vordering, voor zover deze nog bestaat, op een andere wijze uit te voeren.

Geen vorderingsrecht

Die lijn volgt de rechtbank ook. Het pensioenfonds heeft het faillissement verzocht met een verzoekschrift van niet meer dan een halve pagina. Daaruit volgt dat drie facturen (voor de pensioenpremies over drie maanden) kennelijk onbetaald zijn gebleven. Na verzet door de transportondernemer blijkt dat deze facturen allemaal gecrediteerd zijn. De pensioenoverzichten geven geen inzicht hoe de gecrediteerde vorderingen zijn verwerkt in de totale vordering van het pensioenfonds. Daarmee is het vorderingsrecht van het pensioenfonds – zeker nu het faillissementsverzoek karig en nauwelijks is onderbouwd – niet summierlijk komen vast te staan. De rechtbank vernietigt het faillissement van de ondernemer.

Faillissementskosten

Het pensioenfonds had zich moeten afvragen of een faillissementsverzoek wel proportioneel is, zeker nu het kort daarvoor ook al een faillissement had aangevraagd. De consequenties van een faillissement zijn voor een ondernemer verstrekkend, stelt de rechtbank, en betekenen in de regel een definitief einde van de onderneming. Het pensioenfonds had zeker in dit geval rekening moeten houden met deze belangen van de ondernemer, zeker nu de ondernemer voorafgaand aan het indienen van het verzoekschrift tot faillietverklaring heeft geprobeerd om tot een minnelijke oplossing te komen. Nu het pensioenfonds te lichtvaardig het faillissement heeft aangevraagd, moet het de kosten van het faillissement betalen én de kosten van deze rechtbankprocedure (totaal ruim € 9.000).

ECLI:NL:RBMNE:2026:4853

Bron:Rechtbank Midden-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBMNE:2026:4853 | 27-04-2026
Facebook
LinkedIn
Print
X

Meer weten?

Neem contact met ons op!

Mail