Ondernemers die ‘spelen’ met een ondernemingsrechtelijke constructie komen van een koude kermis thuis. De rechter zal dit afstraffen, zoals in deze zaak.
Een uitzendbureau komt in contact met een groothandel en stuurt een offerte met tarieven die worden gehanteerd voor werving en selectie van personeel. De groothandel ondertekent deze offerte niet. Een maand later draagt het uitzendbureau een kandidaat voor, die bij de groothandel in dienst treedt. Vervolgens stuurt het uitzendbureau de groothandel een wervingsfee van ruim € 10.000 – 25 procent van het eerste bruto jaarsalaris van de kandidaat. De groothandel wil niet betalen, er was immers geen overeenkomst. Het uitzendbureau probeert vervolgens betaling af te dwingen via de kantonrechter van de rechtbank Limburg.
Omzeilen
Probleem is dat de werknemer feitelijk niet in dienst was van de groothandel maar van een zusterbedrijf van dezelfde eigenaar. Het uitzendbureau stelt dat de groothandel deze constructie heeft gecreëerd om de wervings- en selectiefee te omzeilen. Daarmee heeft de groothandel, aldus het uitzendbureau, gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Ofwel: onrechtmatig. De groothandel ontkent dit: het zou altijd de bedoeling zijn geweest dat de werknemer in dienst trad bij de zustervennootschap. En de groothandel heeft nooit een wervingsopdracht verleend en er is ook geen overeenkomst tot stand gekomen op basis waarvan de wervingsfee moet worden betaald.
Misbruik
De kantonrechter haalt er een uitspraak van de Hoge Raad bij, die bepaalde dat het bewust ‘spelen’ met constructies of de identiteit van rechtspersonen onrechtmatig is. Degene die zeggenschap heeft over twee rechtspersonen, kan immers misbruik maken van het identiteitsverschil hiertussen. Gedragingen van die bestuurder kunnen worden toegerekend aan de rechtspersonen.
Onrechtmatig
In deze zaak behoren de groothandel en de zustervennootschap tot hetzelfde concern. Ze zijn gevestigd op hetzelfde adres en worden bestuurd door dezelfde persoon. Die sloot ook, na een kennismakingsgesprek, de arbeidsovereenkomst met de werknemer. Uit zijn WhatsApp-berichten blijkt dat hij heeft geprobeerd om het betalen van de wervingsfee (hij spreekt van ‘enorme marges’) te omzeilen. De werknemer heeft gewerkt voor de groothandel, terwijl op de loonstrook de zustervennootschap staat. Deze handelswijze van de bestuurder is volgens de kantonrechter onrechtmatig. De aansprakelijkheid daarvoor moet worden toegerekend aan de rechtspersoon namens wie hij optreedt, dus de groothandel.
Waarheidsplicht
Daar komt nog iets bij. De bestuurder droeg de werknemer op om een verzonnen (en door de bestuurder voorgekauwde) mail te sturen naar het uitzendbureau waarin hij verklaarde niet te hebben gewerkt voor de groothandel. Hierover heeft de bestuurder de kantonrechter niet zelf ingelicht, waarmee hij de wettelijke waarheidsplicht heeft geschonden. Partijen zijn immers verplicht de feiten die voor de beslissing van belang zijn, volledig en naar waarheid aan te voeren. Eind van het liedje: de groothandel moet de schade van het uitzendbureau vergoeden, het bedrag van de wervingsfee.