Een onderneming gaat failliet kort nadat een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening is afgegeven. Volgens de curatoren zijn daarbij fouten gemaakt. Zij krijgen in deze zaak een procesmachtiging om te procederen tegen de betrokken accountant en het accountantskantoor.
Uit tuchtrechtelijke uitspraken volgt dat de controlerend accountant fouten heeft gemaakt en in strijd met de geldende beroepsregels heeft gehandeld bij de goedkeuring van de jaarrekening. Zo is de jaarrekening onvoldoende kritisch gecontroleerd en was de goedkeurende verklaring onterecht afgegeven. Curatoren proberen vervolgens een schikking te bereiken met de betrokken partijen. Aanvankelijk lijkt er bereidheid tot overleg, maar uiteindelijk lopen de onderhandelingen spaak.
Verzoek
De curatoren vragen daarop bij de rechtbank Midden-Nederland een procesmachtiging om een civiele procedure te starten. Zij stellen dat sprake is van wanprestatie en onrechtmatig handelen. Concreet willen zij onder meer betaalde controlekosten terugvorderen en schade verhalen die verband houdt met de gebrekkige controle. De wederpartij verweert zich door te stellen dat de vorderingen zijn verjaard of zijn vervallen op grond van contractuele voorwaarden.
Drie vragen
De rechter-commissaris beoordeelt het verzoek aan de hand van drie kernvragen: zijn er redelijke proceskansen, wegen de kosten op tegen de baten, en is de procedure noodzakelijk?
Proceskansen
De rechter-commissaris acht de proceskansen voldoende. Van belang is dat het beroep op verjaring pas laat wordt gedaan, terwijl de wederpartij al geruime tijd bekend is met de mogelijke claim en zelfs betrokken is geweest bij overleg over een schikking. Dat kan maken dat een dergelijk beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarnaast ondersteunen de eerdere tuchtrechtelijke oordelen de stelling dat sprake is van tekortschieten bij de controle.
Kosten-baten
De financiële opbrengst van de procedure is relatief beperkt in verhouding tot de totale schuldenlast in het faillissement. Daar staat tegenover dat de proceskosten overzichtelijk zijn en dat de boedel over voldoende middelen beschikt om deze te dragen. Het risico voor schuldeisers is daardoor gering, terwijl een eventuele opbrengst een positief effect heeft.
Noodzaak
Doorslaggevend is de noodzaak. Nu onderhandelingen zijn vastgelopen en een minnelijke regeling niet meer haalbaar is, resteert procederen als enige reële optie. Bovendien is de uitkomst van de procedure van belang voor andere lopende onderhandelingen binnen het faillissement. Zonder duidelijkheid hierover stagneert de verdere afwikkeling. Om deze redenen verleent de rechter-commissaris de procesmachtiging.