Kopers van een penthouse vinden dat zij recht hebben op twee aparte parkeerplaatsen, terwijl zij een parkeerplek met een parkeerlift hebben gekregen. Ze hebben hierover alleen te laat geklaagd. Hun vorderingen worden afgewezen.
De man en vrouw schaffen in 2020 een nieuwbouwappartement aan in een groot woonproject. Bij de aankoop betalen zij € 70.000 voor twee parkeerplaatsen. Volgens de kopers mogen zij daarom verwachten dat zij twee afzonderlijke parkeerplaatsen krijgen. Eén parkeerplaats zou namelijk € 35.000 kosten.
Parkeerlift
Tijdens een kijkdag in 2022 ontdekken de kopers dat hun parkeeroplossing bestaat uit één parkeerplaats met een parkeerlift. Daarmee kan een tweede auto boven de eerste auto worden geparkeerd. Volgens de kopers levert dit praktische problemen op. Zo zou er te weinig ruimte zijn om uit te stappen en zou hun SUV niet goed passen. De kopers klagen uiteindelijk in oktober 2024 officieel bij de projectontwikkelaar en eisen een andere oplossing.
Uitleg overeenkomst
Volgens de kopers staat in de koopovereenkomst dat zij recht hebben op twee losse parkeerplaatsen. De projectontwikkelaar bestrijdt dat. De rechtbank Den Haag merkt op dat nergens letterlijk staat dat twee afzonderlijke grondgebonden parkeerplaatsen moeten worden geleverd. Ook is onduidelijk welke informatie de kopers vooraf precies hebben ontvangen over het parkeersysteem. Normaal gesproken zou de rechter dan moeten beoordelen wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten bij het sluiten van de overeenkomst.
Klachtplicht
Aan die inhoudelijke beoordeling komt de rechtbank hier alleen niet toe. De rechter oordeelt namelijk dat de kopers te laat hebben geklaagd. Volgens de wet moet een koper binnen een redelijke termijn protesteren zodra hij ontdekt dat iets mogelijk niet klopt. De kopers wisten al tijdens de kijkdag in 2022 dat sprake is van een parkeerlift, maar melden hun klacht pas officieel in oktober 2024.
Te laat
De rechtbank vindt dat te laat. Daarbij weegt mee dat de projectontwikkelaar eerder misschien nog maatregelen had kunnen nemen, bijvoorbeeld door de lift niet te plaatsen of een andere oplossing te zoeken. Ook is het door het tijdsverloop lastiger geworden om vast te stellen welke informatie destijds aan de kopers is verstrekt. De rechtbank wijst daarom alle verzoeken van de kopers af.