Een schuldeiser heeft een vordering van ruim € 350.000 op een schuldenaar. Als de schuldenaar weigert te betalen, legt de schuldeiser beslag op de aandelen die de schuldenaar in een vennootschap heeft. Maar die blijken inmiddels overgedragen aan een net opgerichte andere vennootschap.
De schuldeiser wendt zich tot de rechtbank Rotterdam en stelt dat sprake is van paulianeus handelen: hij is benadeeld door de vrijwillige overdracht van de aandelen en daarom moet deze overdracht worden vernietigd. Hij krijgt gelijk.
Drie vereisten
Om te kunnen spreken van een actio pauliana moet aan drie vereisten worden voldaan: er moet sprake zijn van een onverplichte rechtshandeling, benadeling van schuldeisers en wetenschap van die benadeling.
Onverplicht
Volgens de schuldenaar ligt aan de aandelenoverdracht een koopovereenkomst ten grondslag, maar schriftelijk bewijs daarvan of een notariële leveringsakte ontbreekt. De rechtbank oordeelt daarom dat de gestelde koop onvoldoende is onderbouwd. Daarmee staat vast dat sprake is van een onverplichte rechtshandeling.
Benadeling
Door de overdracht zijn de aandelen uit het vermogen van de schuldenaar verdwenen. Daardoor kan de schuldeiser zich daarop niet meer verhalen. Dat de aandelen een negatieve waarde zouden hebben, wordt niet met stukken onderbouwd. De rechtbank gaat daarom uit van benadeling.
Wetenschap
Ook aan het derde vereiste van wetenschap is volgens de rechtbank voldaan. Vaststaat dat voor de aandelen niets is betaald: de overdracht vindt om niet plaats. Bovendien wist de schuldenaar dat een aanzienlijke vordering openstond. Hij heeft zelfs een schikkingsvoorstel gedaan en daarbij gesuggereerd dat verhaal anders onmogelijk zou zijn. Kort na dat voorstel heeft hij zijn aandelen kosteloos overgedragen aan een net opgerichte vennootschap. Onder deze omstandigheden moet de schuldenaar hebben geweten – of ten minste hebben behoren te weten – dat zijn schuldeiser hierdoor in zijn verhaalsmogelijkheden wordt benadeeld.
Vernietiging
Nu aan alle drie de vereisten is voldaan vernietigt de rechtbank de overdracht. In lijn met vaste rechtspraak oordeelt de rechtbank vervolgens dat de aandelen door de vernietiging geacht worden het vermogen van de schuldenaar nooit te hebben verlaten. Een aparte notariële teruglevering is dus niet vereist. De schuldeiser kan zich rechtstreeks op de aandelen verhalen.