Ook het Openbaar Ministerie heeft de bevoegdheid om het ontslag van bestuurders te vorderen. Dat gebeurde bij een stichting die zorg verleende – of niet – aan daklozen, drugsverslaafden en asielzoekers.
Twee bestuurders van deze stichting worden door een rechtbank geschorst. Er wordt een tijdelijke bestuurder benoemd. In deze procedure wil het Openbaar Ministerie dat deze twee bestuurders ook worden ontslagen en dat de stichting wordt ontbonden.
Eigen belang
Een bestuurder, aldus het OM, heeft zijn taak als bestuurder verwaarloosd. In strijd met de wet en de statuten lette hij vooral op zijn eigen belang. Er werd nauwelijks zorg verleend, geld bestemd voor cliënten werd besteed voor privédoeleinden. Hij hield ook geen deugdelijke administratie bij en belemmerde elke vorm van intern toezicht, zoals het benoemen van een raad van toezicht. De andere bestuurder was de penningmeester, die had moeten weten dat de bestuurder geld onttrok van de stichting maar trad daar niet tegen op. Ook hij voerde geen deugdelijke administratie. De bestuurders stellen dat er niet is gefraudeerd en dat er daadwerkelijk zorg en begeleiding is verleend. Ze klagen dat het OM nooit contact met hen heeft opgenomen, wat in strijd is met het recht op hoor en wederhoor.
Onvoldoende medewerking
De rechtbank Amsterdam heeft van de tijdelijke bestuurder vernomen dat deze diverse vragen heeft gesteld aan de twee bestuurders en hen heeft verzocht stukken toe te sturen. Wezenlijke vragen zijn onbeantwoord gebleven en er zijn dus nog allerlei onduidelijkheden: welke zorg is daadwerkelijk verleend en aan wie, er bestaat een bankrekening waarover vragen zijn, pinopnames tot meer dan € 100.000 worden niet verklaard. De rechtbank stelt vast dat de bestuurders onvoldoende hebben meegewerkt aan het onderzoek van de tijdelijk bestuurder.
Ontslag en bestuursverbod
En dat heeft consequenties. De bestuurder is zeer onverantwoord omgegaan met de financiën van de zorgstichting en met ontvangen publieke gelden. Inzicht in de (financiële) administratie is niet verstrekt, intern toezicht ontbrak, wat in strijd is met de eigen statuten. Extern toezicht (via een accountantscontrole) was er ook niet, hoewel de bestuurder hierop was aangesproken door de inspectie. Nu hij zijn taak als bestuurder heeft verwaarloosd, wijst de rechtbank het ontslagverzoek van het OM toe. De rechtbank legt hem ook een bestuursverbod van vijf jaar op. De penningmeester treft hetzelfde lot, omdat hij verzuimde op te treden tegen onttrekkingen van het vermogen van de stichting.
Ontbinding en vereffening
Het doel van de stichting – zorg verlenen – wordt, met name doordat zorggeld werd gebruikt voor privédoeleinden, niet gerealiseerd. Daarom ontbindt de rechtbank de stichting. De tijdelijke bestuurder wordt benoemd tot vereffenaar.