Voordat een man de leasetermijnen van zijn bedrijfsauto heeft afgelost, neemt een leasemaatschappij de auto al in en verkoopt deze. Dan is de vraag: wie moet nou aan wie betalen?
Een man koopt een bedrijfsauto. Een gedeelte van de koopprijs (€ 22.950) is gefinancierd door een leasemaatschappij. In de leaseovereenkomst staat dat de man het geleende bedrag, vermeerderd met een kredietvergoeding, in zestig maanden moet terugbetalen. De auto is eigendom van de leasemaatschappij. De man wordt eigenaar als alles is betaald.
Aangehouden
Als de man niet alle termijnen betaalt, wordt een regeling getroffen. Daaraan houdt hij zich. Na drie maanden wordt hij aan de Bulgaarse grens met zijn auto aangehouden. De auto blijkt in het Bulgaarse politiesysteem als vermist te zijn gesignaleerd. De leasemaatschappij haalt de auto op. De man krijgt dan nog één kans: alles in één keer betalen (€ 18.298), dan krijgt hij de auto terug. Toch ontbindt de leasemaatschappij vóór de vervaldatum deze nieuwe betalingsregeling en verkoopt de auto op een veiling. De auto wordt gekocht door dezelfde man.
Verkoopopbrengst onvoldoende
In deze zaak vordert de leasemaatschappij nog € 7.638 van de man. Er zijn kosten gemaakt (transpostkosten vanuit Bulgarije, veilingkosten, buitengerechtelijke incassokosten en rente) en de verkoopopbrengst van de auto is niet voldoende.
Schuldeisersverzuim
Maar deze vordering wijst de kantonrechter (rechtbank Den Haag) af. Toen de man in Bulgarije werd aangehouden, was hij bij met betalen. De leasemaatschappij mocht op dat moment de auto helemaal niet innemen. Door dat toch te doen, kon de man zijn betalingen ook staken. Daarmee raakte de leasemaatschappij zelf in schuldeisersverzuim. Zolang een schuldeiser (de leasemaatschappij) in verzuim is, kan een schuldenaar (de man) niet zelf (ook) in verzuim raken, ook al stopte hij met zijn maandelijkse betalingen. Zonder verzuim had de leasemaatschappij de betalingsovereenkomst (van € 1.000 per maand) niet mogen ontbinden – en dus niet de hele vordering opeisen. In de afspraak stond ook uitdrukkelijk dat, zolang de man tijdig betaalt, de vordering van de leasemaatschappij niet opeisbaar is. De auto innemen was dus niet toegestaan.
Bevrijding
Ook was een termijn afgesproken: op een bepaalde datum moest het krediet zijn afgelost en dan zou de man eigenaar van de bedrijfsauto worden. Dan kon de leasemaatschappij de auto vóór deze datum niet verkopen. Ook toen was de man (nog steeds) niet in verzuim. De bedragen die de leasemaatschappij vordert wijst de kantonrechter dan ook af: de man hoeft dit niet te betalen. Het schuldeisersverzuim van de leasemaatschappij laat zich na de verkoop van de auto niet meer ongedaan maken en dan is bevrijding van de verbintenis (de resterende betalingsverplichting van de man vervallen) een passende oplossing.