Een loonvordering instellen tegen een bedrijf dat failliet is, kan niet meer: zo’n geding moet worden geschorst. Daar liep deze chef-kok tegenaan.
Een man werkte als chef-kok bij een restaurant. Dit restaurant wordt bestuurd door een BV, die zelf weer wordt bestuurd door een natuurlijk persoon. De BV is ook de bestuurder van een cafetaria. Een jaar nadat de kok zijn arbeidsovereenkomst opzegde, gaat het restaurant failliet. Bij de kantonrechter (rechtbank Gelderland) vraagt de kok om betaling van achterstallig loon.
Werkgever
De kantonrechter moet eerst beoordelen wie de werkgever van de kok was. De kok is van mening dat het restaurant, de BV, de bestuurder van de BV én de cafetaria werkgever zijn. Volgens hem was er eigenlijk maar één persoon die alles besliste: de bestuurder van de BV, die volgens de kok zeggenschap had over alle gedaagde ondernemingen. Daarom heeft hij zijn loonvorderingen tegen alle vier ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat (alleen) het restaurant de werkgever van de kok was. De arbeidsovereenkomst is met het restaurant gesloten en alleen de gegevens van het restaurant staan op de arbeidsovereenkomst. Ook de naam van het restaurant en het adres kloppen. Dat zijn loon soms werd betaald door de bestuurder van de BV betekent niet dat deze bestuurder (ook) de werkgever van de kok was.
Schorsing
Vaststaat dat de loonvordering van de kok is ontstaan voordat het restaurant failliet ging. Maar nu vordert hij dat geld uit een failliete boedel en dat kan niet: het geding wordt van rechtswege geschorst per datum faillietverklaring. Het geding wordt alleen voortgezet indien de verificatie van de tegen haar ingestelde vorderingen wordt betwist. Proceshandelingen die gedurende de schorsing zijn verricht zijn nietig. Om die reden houdt de kantonrechter iedere verdere beslissing aan ten aanzien van de vorderingen jegens het restaurant. Omdat twee gedaagden – de BV en de cafetaria – geen werkgever zijn, wijst kantonrechter die vorderingen dan ook af.
Bestuurdersaansprakelijkheid
De loonvordering was ook gericht tegen de bestuurder van het restaurant. De kok vindt dat deze bestuurder verwijtbaar heeft gehandeld door het loon niet uit te betalen. Alleen onder bijzondere omstandigheden is, naast de vennootschap, ook een bestuurder daarvan aansprakelijk, merkt de kantonrechter op. Daarvoor is vereist dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Er geldt een hoge drempel voor het aannemen van dergelijke bestuurdersaansprakelijkheid.
Proceskosten
Alleen het feit dat het restaurant als werkgever het loon niet heeft betaald wil niet zeggen dat de bestuurder daarvoor hoofdelijk aansprakelijk is. Ook de vordering jegens deze bestuurder wijst de kantonrechter af. Nu de kok jegens drie gedaagden in het ongelijk is gesteld, moet hij de proceskosten betalen. Hij heeft geluk: deze drie procedeerden zonder gemachtigde en hebben ook geen kosten opgevoerd.