Tussen een zoon en een moeder, alletwee bestuurder van een BV, ontstaat een conflict. De zoon liet zijn privébelangen voorop staan, en dat kan niet.
Een man is prioriteitsaandeelhouder in het kapitaal van een BV. Met dat kapitaal worden onder andere uitkeringen verstrekt aan zijn moeder, voor haar oudedagsvoorziening. De zoon heeft geld geleend van de BV en is door de rechtbank veroordeeld dit terug te betalen. Dat doet hij niet. Als belangrijkste bestuurder neemt hij zijn moeder de titel af van zelfstandig bevoegd algemeen bestuurder. Dat was nodig, beweert hij, om de impasse over de koers van de BV te doorbreken en om de administratie van de vennootschap op orde te krijgen. De moeder vecht het besluit aan bij de rechtbank Den Haag.
Gedragsnormen
In het Burgerlijk Wetboek staat dat een rechtspersoon en degenen die bij zijn organisatie zijn betrokken, zich ‘redelijk en billijk’ tot elkaar moeten gedragen. Het bestuur van een BV moet zich richten naar het belang van de vennootschap. Een bestuurder doet niet mee aan de besluitvorming indien hij daarbij een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap. Bij familierechtelijke verhoudingen kan eerder sprake zijn van een ontoelaatbare verstrengeling van belangen. Is een besluit in strijd met deze gedragsnormen tot stand gekomen, dan is dit besluit vernietigbaar.
Impasse
In deze zaak heeft de zoon als prioriteitsaandeelhouder vergaande bevoegdheden en kan hij bij een impasse binnen het bestuur de besluitvorming doordrukken. Maar dit prioriteitsbesluit ziet niet op een bestuurlijke impasse maar op de vraag of hij in privé moet voldoen aan een vonnis waarbij hij is veroordeeld om de lening aan de BV terug te betalen. Met dit prioriteitsbesluit heeft hij de bevoegdheden volledig en ongeclausuleerd naar zich toe getrokken. Hij heeft als (enig) zelfstandig bestuurder de advocaten van de BV vervangen, de nieuw aangestelde advocaat namens de BV hoger beroep laten instellen tegen het vonnis, en de deurwaarder opgedragen executiemaatregelen te staken.
Privébelang
Gezien het statutaire doel van de BV – de moeder ondersteunen in haar oude dag – is het in het belang van de BV dat de zoon de lening terugbetaald. De BV heeft onvoldoende onderbouwd waarom het niet executeren van het vonnis en het instellen van hoger beroep daartegen in haar belang zou zijn. De enige belanghebbende bij het staken van de executiemaatregelen is de zoon in privé. Het prioriteitsbesluit was dus, aldus de rechtbank, gericht op het beschermen van zijn privébelang. Daarmee zijn de rechtmatige belangen van de BV geschaad.
Redelijkheid en billijkheid
De zoon heeft zich als enig prioriteitsaandeelhouder tegenover de moeder (medebestuurder en aandeelhouder) én tegenover de BV niet gedragen naar wat de redelijkheid en billijkheid eisen. Juist vanwege de verwevenheid van de belangen van de zoon als prioriteitsaandeelhouder en schuldenaar van de BV is een hoge mate van zorgvuldigheid vereist bij de besluitvorming. Door de familierechtelijke verhoudingen tussen moeder en zoon was eerder sprake van een ontoelaatbare verstrengeling van belangen. De rechtbank vernietigt het prioriteitsbesluit.