Een man verzet zich tegen zijn faillissement. Hij zegt dat het geld op zijn bankrekening kan worden gebruikt om schuldeisers te betalen. Mogelijk zijn dit drugsgelden. De curator wil om die reden dat het faillissement niet wordt vernietigd.
Een man wordt op verzoek van zijn pensioenfonds (een stichting) en een andere stichting failliet verklaard. Hij gaat daartegen in verzet: hij vraagt de rechtbank Oost-Brabant het faillissementsvonnis te vernietigen. De man beweert dat hij niet verkeert ‘in een toestand van te hebben opgehouden te betalen’ – een van de eisen voor een faillissement. Hij stelt dat de vorderingen van de stichtingen met hun instemming zullen worden voldaan met geld dat zijn bank overmaakt naar de faillissementsrekening. De stichtingen stellen echter dat er helemaal niets is betaald, ondanks die toezegging. Het faillissement dient daarom in stand te blijven.
Voorlopige hechtenis
De man heeft de curator ook niet mee. Die wil niet toezeggen dat hij bij vernietiging van het faillissementsvonnis zal meewerken het geld op de faillissementsrekening over te maken naar de stichtingen. Hij is het gewoon niet eens met een eventuele vernietiging van het faillissementsvonnis. Dit komt door de hoge schuldenlast van de man in verhouding tot het actief van de faillissementsboedel. Wat ook meespeelt: de man zit in voorlopige hechtenis omdat hij verdacht wordt van betrokkenheid bij een drugsdelict. Het is dus onduidelijk of het geld dat op de bankrekening van de man staat wel netjes is verdiend, of dat het crimineel vermogen is.
Huidige stand van zaken
In 2015 bepaalde de Hoge Raad dat een rechtbank in gevallen als deze moet kijken naar de huidige stand van zaken. Begin november is de man failliet verklaard, maar geldt dat nog steeds in deze verzetsprocedure, een paar weken later? Als dan de eisen voor een faillissement niet meer gelden – bijvoorbeeld als in de tussentijd opeisbare vorderingen zijn voldaan – kan het faillissement worden vernietigd. Voor de rechtbank is het wel duidelijk: de stichtingen hebben nog steeds een vorderingsrecht en de man heeft niets betaald. De gronden voor faillietverklaring zijn dus nog steeds aanwezig. De rechtbank verklaart het verzet ongegrond, het faillissement blijft in stand.
Niet legale herkomst
Toch komt er een nabrander. De rechtbank overweegt ‘ten overvloede’ dat in een situatie als deze, waarbij een gefailleerde wordt verdacht van betrokkenheid bij een drugsdelict, potentieel elk vermogensbestanddeel een niet legale herkomst kan hebben. Dan is het, aldus de rechtbank, begrijpelijk dat de curator geen medewerking wil verlenen aan de vernietiging van het vonnis tot faillietverklaring.