Wie onderhandelt over een schikking, mag er niet te snel van uitgaan dat er al een bindende overeenkomst is gesloten. Dat blijkt uit een kort geding uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens de rechtbank was er nog geen overeenstemming bereikt over een vaststellingsovereenkomst en hoefden de partijen die ook niet na te komen.
Een koper sluit in 2021 een koop- en aannemingsovereenkomst voor een woning. De woning raakt later beschadigd door brand en vervolgens blijkt sprake te zijn van ernstige huiszwam. De koper stelt de verkoper en aannemer aansprakelijk en partijen gaan in gesprek over een minnelijke regeling. Na een overleg stuurt de advocaat van de koper een conceptvaststellingsovereenkomst rond. Volgens de koper legt dit document de afspraken vast die tijdens het overleg waren gemaakt. De verkoper en aannemer bestrijden dat. Zij stellen dat er slechts is gesproken over mogelijke oplossingen en dat nooit definitieve overeenstemming is bereikt.
Geen overeenstemming
De rechtbank wijst erop dat voor nakoming van een overeenkomst eerst voldoende aannemelijk moet zijn dat die overeenkomst daadwerkelijk tot stand is gekomen. Daarvan is volgens de voorzieningenrechter geen sprake. De verkoper en aannemer ontkennen dat tijdens het overleg overeenstemming is bereikt. Bovendien blijkt uit de stukken dat over belangrijke onderdelen nog discussie bestond, zoals de hoogte van de schadevergoeding. Ook bevat de conceptovereenkomst onderwerpen die tijdens het overleg helemaal niet zijn besproken. Verder maakte de advocaat van de koper bij het toezenden van het concept nog een voorbehoud van goedkeuring door zijn cliënten. Volgens de rechtbank is daarom onvoldoende aannemelijk dat partijen al een bindende vaststellingsovereenkomst hebben gesloten. De vordering tot nakoming wordt afgewezen.
Dooronderhandelen
De koper vraagt de rechtbank vervolgens om de verkoper en aannemer te verplichten verder te onderhandelen. Ook die vordering slaagt niet. De rechtbank benadrukt dat partijen in beginsel vrij zijn om onderhandelingen af te breken. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan dat anders zijn, bijvoorbeeld wanneer de wederpartij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen.
Gerechtvaardigd vertrouwen
Van zo'n gerechtvaardigd vertrouwen is hier geen sprake. Partijen verschillen nog op veel belangrijke punten van mening, onder meer over de oorzaak van de schade, de aansprakelijkheid en de omvang van de schadevergoeding. Bovendien blijkt niet dat de verkoper en aannemer de onderhandelingen hebben beëindigd. Tijdens de procedure geven zij juist aan nog steeds bereid te zijn om verder te praten. Dus dat kunnen ze nu weer gaan doen.